Stad en OCMW geven startschot voor het project ‘Klooster Meer’


woensdag, 1 maart, 2017
Stad en OCMW geven startschot voor het project ‘Klooster Meer’

Vele inwoners wachten al jaren op de renovatie en restauratie van de kloostersite in hartje Meer. Maar wat mogen we precies verwachten van dit project? Wie zijn betrokken partij bij de herbestemming? En wat is de stand van zaken?

Het verhaal van de herbestemming van de kloostersite start zo’n tien jaar geleden nadat in 2005 ook de kleuterschool verhuisde naar hun nieuwe klaslokalen aan de Terbeeksestraat. Zowel parochie als kerkfabriek, die beide gedeeltelijk eigenaar waren, konden de zorg en verantwoordelijkheid voor zo’n grote site met verouderde leegstaande gebouwen niet langer op zich nemen. Bovendien was het voormalig klooster- en schoolcomplex met toegangsdreef en bijhorend park en grasvelden sinds 2002 beschermd als monument, wat voor een groot deel de herbestemmingsmogelijkheden bepaalde en ook beperkte. Vanaf 2007 kwam de zoektocht naar een koper voor de site in een stroomversnelling.

  Burgemeester en Vlaams volksvertegenwoordiger Tinne Rombouts bracht, samen met CD&V-fractievoorzitster Ilse Verachtert, de juiste partners samen om het project concreet vorm te geven.

De twee eigenaars waren zich ter dege bewust van het belang van de site voor het verenigingsleven en de ganse gemeenschap van Meer. Daarom werd eind 2007 een overlegplatform opgestart, het Driehoekoverleg, waarin de eigenaars, het stadsbestuur en de gemeenschap en verenigingen bij monde van de dorpsraad, betrokken werden. Het Driehoekoverleg startte haar zoektocht naar een koper door het vastleggen van een visietekst voor de herbestemming. Centraal hierin stond het maximale behoud van de betekenis van de site voor de gemeenschap en verenigingen.

Met de visietekst voor herbestemming als leidraad vond in 2009 een wedstrijd plaats om mogelijke kandidaat kopers aan te trekken. In 2011 leidde dit tot de verkoop van de ganse site aan bouwmaatschappij De Noorderkempen. Als sociale huisvestingsmaatschappij wil de Noorderkempen een 20-tal nieuwe koop- en huurwoningen realiseren. De vijf gebouwen met de grootste erfgoedwaarde die niet afgebroken mogen worden, droeg de Noorderkempen in erfpacht over aan de VZW Klooster Meer, een open monumentenvereniging met Meerse roots. De VZW Klooster Meer moest op haar beurt op zoek gaan naar partners voor de restauratie van de oude gebouwen. Eén van deze partners was het OCMW dat interesse had om in de oude parochiezaal een Lokaal Dienstencentrum (LDC) uit te bouwen. Hiermee zou het OCMW haar dienstverlening dicht bij de burgers in Meer kunnen aanbieden.

Om haar bedoeling kracht bij te zetten, keurde het OCMW in 2010 een intentieverklaring goed om na realisatie van de restauratie van de zaal door de VZW Klooster Meer, deze kosteloos te aanvaarden en de uitbating op zich te nemen. De VZW Klooster Meer maakte zich op dat moment sterk dat de restauratie geen euro zou kosten, dankzij de subsidies van de Cel Onroerend Erfgoed en anderzijds vanuit VIPA, de Vlaamse subsidiërende overheid van o.a. LDC’s.

OCMW-bestuurders Mieke Michielsen, Herman Verlinden en Jef van Looij op de lokatie van het nieuwe LOkaal Diensten Centrum in Meer.

Geleidelijk aan werd duidelijk dat het voorgespiegelde kostenplaatje door de VZW Klooster Meer voor de restauratie van de zaal niet haalbaar was. Desondanks hebben het OCMW en de stad blijvend steun gegeven aan het kloosterproject van Meer. In 2017 neemt het OCMW dan ook zelf de parochiezaal in erfpacht om de restauratie te realiseren. De uitbating daarentegen is tot op heden in handen van de VZW Klooster Meer. Om aanspraak te maken op de subsidies van de Vlaamse overheid voor LDC’s diende het OCMW van Hoogstraten haar zorgstrategisch plan voor 2013 in en werd dit ook goedgekeurd.

Ondertussen was er ook al meer concreet zicht op het kostenplaatje van de restauratie van de zaal. Momenteel is de totale kost geraamd op ongeveer €1 040 000 Euro, waarvan vermoedelijk €290 000 gedragen zal worden door subsidies van de Cel Onroerend Erfgoed. De resterende €750 000 zal gedragen worden door het OCMW en de stad Hoogstraten. De oorspronkelijk verwachte subsidie van VIPA zal er uiteindelijk niet komen omdat de milieueisen die VIPA stelt aan gebouwen niet verenigbaar zijn met de eisen gesteld aan restauraties door de Cel Erfgoed Vlaanderen. Een bijzonder spijtige zaak.

Naast het OCMW, is ook de stad Hoogstraten betrokken gebleven bij het project. Een heleboel zaken dienden uitgeklaard te worden met vele partners zoals parkeergelegenheid voor de bewoners en de gebruikers van de site (vb. LDC), de toegankelijkheid, de afvalophaling, de buitenaanleg en de coördinatie van alle werkzaamheden op de site. Gezien het grote aantal betrokken partijen bij deze overlegmomenten en de complexiteit van heel wat technische aspecten, werd de bouwaanvraag voor de ganse site niet - zoals oorspronkelijk gepland - in 2013 ingediend, maar pas nu recent in 2017.

In totaal zijn 3 architectenbureaus, meer dan 10 partners (Bouwmaatschappij De Noorderkempen en de erfpachtnemers van de verschillende gebouwen) en meer dan 15 (subsidiërende) overheden betrokken. Over enkele jaren mogen we op de site sociale huur- en koopwoningen verwachten, een B&B, een naaiatelier voor workshops, kantoren en een lokaal dienstencentrum van het OCMW, waar ook verenigingen een nieuwe stek zullen kunnen vinden. Ook zal er open ruimte aanwezig blijven, zoals een deel van het huidige grasveld, het bos en het zandplein.

Het Kloosterbos

Het heeft van alle betrokkenen veel en vooral volgehouden inspanning gevraagd om te komen tot op het punt waar men nu staat. Dit verdient zeker en vast onze grote waardering en steun want ook de volgende jaren, waarin de werken effectief uitgevoerd zullen worden, zal er nog hard gewerkt en overlegd moeten worden.

In elk geval bevestigde onze burgemeester, Tinne Rombouts, tijdens de recente dorpsraad in Meer, dat conform de visietekst van 2009, verenigingen en de ganse gemeenschap welkom zullen blijven op de kloostersite.